Voor kinderopvang, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en MBO

VVE-beleid van de Gemeente Terneuzen

Juni 2017
Interview met Sandra Goossen, beleidsmedewerker gemeente Terneuzen

 

Het VVE-beleid in de gemeente Terneuzen kent een lange historie. Lang voor de vernieuwing in de wetgeving op het onderwijsachterstandenbeleid (augustus 2006), stimuleerde deze gemeente al de professionalisering van medewerkers in voorschoolse voorzieningen. Een groot aantal kinderopvangorganisaties en scholen in de gemeente werkt met het observatie- en registratiesysteem KIJK!. De gemeente heeft de implementatie hiervan binnen de kinderopvang gefaciliteerd.

In 2016 hebben alle gemeenten in Zeeland gezamenlijk ervaring opgedaan met een brede monitor (DAVVE) waar KIJK! deel vanuit maakte. Eind 2017 hoopt Terneuzen de eerste KIJK!-monitor over het schooljaar 2016-2017 op te kunnen leveren. Hoe dat in Terneuzen in z’n werk gegaan is, vertelt Sandra Goossen (beleidsmedewerker gemeente Terneuzen). 

Voordat de wetgever in 2006 een ‘knip’ zette tussen de voor- en de vroegschoolse educatie en daarmee tussen de verantwoordelijkheden en middelen van gemeenten en schoolbesturen, was men in Terneuzen al gewend te werken met een werkgroep waarin de gemeente, scholen en peuterspeelzalen deelnamen. Als gevolg van de nieuwe wetgeving zijn de schoolbesturen en de gemeente elkaar een tijdje ‘uit het oog verloren’ in het gemeentelijk overleg, ofschoon scholen en voorschoolsevoorzieningen in de praktijk uiteraard nog wel samenwerkten. Na de bestandsopname VVE werd in 2011 de samenwerking op bestuurlijk niveau opnieuw opgepakt. In diezelfde periode vroeg ook de inspectie landelijk steeds meer aandacht voor de warme overdracht tussen voor- en vroegschoolse educatie en het realiseren van een doorgaande lijn. In Terneuzen koos men voor voortzetting van het beleid dat al in 2006-2010 ingezet was: het faciliteren en stimuleren van VVE-beleid middels gemeentelijke subsidie.

Op grond van de wetgeving zijn gemeenten en schoolbesturen verplicht om resultaatafspraken te maken op het gebied van VVE. “Aangezien alle kinderopvanginstellingen en bijna alle basisscholen in onze gemeente met KIJK! werken, is het logisch om te onderzoeken of we hiervoor als samenwerkingspartners de beschikbare gegevens uit de KIJK! monitor kunnen gebruiken”,  zegt Sandra Goossen.

Waarom hecht de gemeente Terneuzen veel belang aan een kindvolgsysteem? Het primaire doel is dat elk kind zich maximaal kan ontwikkelen. Een kindvolgsysteem helpt om een aantal doelen te realiseren, welke ook verwoord zijn in de strategische beleidsagenda van de PO-raad  (‘Om de leerling’ 2014):

  • een doorlopende ontwikkellijn;
  • zo vroeg mogelijk signaleren en aanpakken van problemen;
  • samenwerking met partners buiten school, want kinderen leren altijd en overal.

Een goed doorlopend registratiesysteem kan de ontwikkeling van jonge kinderen in kaart brengen en middels vroegtijdige signaleringen zijn ontwikkelingsachterstanden snel in beeld, zodat er ook snel actie ondernomen kan worden om verdere achterstanden te voorkomen en te beperken. De ontwikkeling van het kind is een belangrijk uitgangspunt bij de doorgaande lijn. Wat heeft dít kind nodig om zich goed te ontwikkelen? Hoe zorgen we voor een natuurlijke brug tussen de verschillende leefwerelden waarin kinderen opgroeien? Voorschoolse voorzieningen en scholen hebben een belangrijke signaleringsfunctie voor kinderen die extra zorg nodig hebben (zowel in het kader van passend onderwijs, als bij problemen in het gezin). De afstemming tussen ouders en professionals van verschillende organisaties is daarbij van belang. Door kinderen op gezamenlijke wijze te volgen ontstaat er ook een gezamenlijke taal, die de samenwerking ten goede komt en daarmee in het belang is van het kind.

In het kader van de opdracht ten aanzien van preventief jeugdbeleid en jeugdgezondheidszorg, is het ook voor de gemeente van belang om zowel de vroegsignalering als de doorgaande lijn stevig gestalte te geven. De KIJK!-monitor stelt schoolbesturen, kinderopvanginstellingen én de gemeente in staat om op eenvoudige wijze data te verzamelen. Daarnaast is de monitor een middel dat gebruikt kan worden bij het uitvoeren van de wettelijke opdracht om resultaatafspraken te maken en de opbrengsten in beeld te brengen.

En waar hoopt de gemeente Terneuzen op? Zonder aarzelen reageert Sandra Goossen:“We hopen op een goed beeld van de VVE-situatie in de gemeente, waardoor we met elkaar het gesprek aan kunnen gaan en analyses kunnen maken die leiden tot doorlopende kwaliteitsverbetering.” De gemeente zet daarbij in op verschillende rapportages: één met informatie die van belang is voor bestuurders, maar ook één voor de locaties die met elkaar samenwerken. Het is volgens Goossen niet zo dat dat allemaal meteen van een leien dakje gaat:“Het vergt best wat energie om samen te bepalen welke informatie ons daarbij kan helpen. Als werkgroep hebben we uitgesproken dat we het vooral belangrijk vinden om te bekijken of peuters en kleuters ‘leerwinst’ hebben en of zij een groei doormaken die past bij hun leeftijd. Het is van belang dat we samen goede vragen stellen, die leiden tot informatie waar we ook echt wat aan hebben en relevant is om op bestuursniveau van gedachten te kunnen wisselen.”Als de KIJK!-monitor leidt tot verdiepende informatie op het niveau van de clusters (schoolbestuur en opvangorganisaties), dan kan dat naar verwachting een extra impuls geven aan de samenwerking. In 2016 heeft Terneuzen  -zoals gezegd - al ervaring opgedaan met een brede monitor waar KIJK! deel vanuit maakte. Zeeuwse gemeenten stemmen waar mogelijk af en delen de VVE-informatie met elkaar. De aanvankelijk geanonimiseerde informatie op kern/wijkniveau uit de DAVVE-monitor van 2016, is uiteindelijk op verzoek van de schoolbesturen binnen het bestuurlijk overleg openbaar gemaakt. Op die manier kan een gemeentelijke monitor de samenwerking tussen partners in het VVE-veld stimuleren. ‘We hopen dat deze pilot in Terneuzen ook goede input levert voor andere gemeenten in Zeeland. Bij de vorige monitor heeft Terneuzen mogen profiteren van het werk dat andere gemeenten samen met RPCZ hebben verzet, dus als we tot iets moois komen dan delen we dat graag’ aldus Sandra Goossen.

Wat moet er nog gebeuren voordat de KIJK!-monitor dat waar kan maken? Sandra Goossen geeft aan dat de eerste KIJK! monitor  aan het eind van 2017 wellicht nog niet optimaal is. Niet alle organisaties werken al even lang met de digitale registratie en ook over de wijze van observeren en registreren is mogelijk nog wat afstemming nodig...maar de KIJK!-monitor draagt hopelijk wel bij aan goede input voor het gesprek op bestuursniveau. Daarnaast hoopt de gemeente de samenwerkende VVE-clusters (waarin basisscholen en kinderopvang organisaties op kern/wijkniveau participeren) middels de monitor te kunnen voorzien van informatie waarmee zij onderling het gesprek aan kunnen gaan. Ook op die manier blijft de gemeente Terneuzen de samenwerking in het VVE-veld stimuleren.